Koen Geens I Stap Voorwaarts | Snellere justitie
14882
page,page-id-14882,page-template-default,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-6.4,wpb-js-composer js-comp-ver-4.4.2,vc_responsive

Snellere justitie

JUSTITIEPLAN – DEEL II
De burgerlijke rechtspleging: minder talrijke en meer efficiënte procedures.

 

II.1. Minder talrijke procedures.

a) Minder hoger beroep
b) Geen procedure met een uitvoerbare titel
c) Minder procedures voor vrederechter en familierechtbank.

 

II.2. Meer efficiënte procedures.

a) Grondige hervorming van de burgerlijke procedure.
b) Vormgebreken.
c) Eenvoudiger motivering.
d) Verstekvonnis.
e) Beperking van de tussenkomst van het openbaar ministerie.
f) Veralgemening van de alleenzetelende rechter.
g) Beperken van de communicatiekosten dankzij verdergaande informatisering.
h) Onbetwiste schuldvorderingen.
i) Collectieve schuldenregeling.
j) Rechtsplegingsvergoeding.
k) Bevoegdheid familierechtbank.

 

II.3. Stimulering van alternatieve oplossingstrajecten.

 

II.4. Betaalbare en toegankelijke procedures.

 

 

II. De burgerlijke rechtspleging: minder talrijke en meer efficiënte procedures

 

Om de burgerlijke procedures voor de hoven en rechtbanken efficiënter, minder omslachtig en sneller te laten verlopen en justitie de 21ste eeuw binnen te loodsen, worden een aantal ingrijpende hervormingen in het vooruitzicht gesteld. De klemtoon ligt op een kwalitatieve en betaalbare rechtspraak binnen het jaar na de instelling van de vordering.

Vooreerst worden voorstellen gedaan tot aanpassing van het burgerlijk procesrecht waardoor justitie kan focussen op haar kerntaken en waardoor het aantal procedures kan verminderen. Deze voorstellen beogen een daling van het aantal zaken in hoger beroep; de uitsluiting van procedures waar er al een uitvoerbare titel is en een afname van het aantal procedures voor de vrederechter en familierechtbank.

Ten tweede worden de burgerlijke procedures eenvoudiger en rationeler door een aanpassing van de regels rond vormgebreken, een eenvoudiger motivering, een focus op de essentie in geval van verstek, een beperking van de tussenkomst van het openbaar ministerie, een veralgemening van de alleenzetelende rechter, een verregaande informatisering, een hervorming van de procedure voor de onbetwiste schuldvorderingen en de collectieve schuldenregeling, en een aanpassing van de rechtsplegingsvergoeding en de bevoegdheid van de familierechtbank.

Ten derde worden diverse maatregelen genomen om alternatieve vormen van geschillenoplossing te stimuleren.

Tot slot wordt er via de hervorming van de juridische tweedelijnsbijstand en het promoten van de rechtsbijstandsverzekering voor gezorgd dat procedures betaalbaar en toegankelijk blijven.

 

  1. Anders dan een private onderneming kan justitie haar klanten niet kiezen, haar diensten weigeren of de prijs van haar diensten naar eigen goeddunken bepalen. Justitie moet als openbare dienst garant staan voor de “benuttigingsgelijkheid”, dit wil zeggen dat elke rechtsonderhorige binnen de wettelijke en reglementaire voorwaarden op de justitiële diensten een beroep moet kunnen doen en gelijk moet worden behandeld. Dit (en zoveel meer) is met zoveel woorden onder meer vervat in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (E.V.R.M.), de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en artikel 5 van het Gerechtelijk Wetboek. Een verschillende en objectief gedifferentieerde behandeling kan enkel indien dit door redenen van algemeen belang wordt verantwoord.
  2. Het niveau van justitie reflecteert eveneens het beschavingsgehalte en in die zin is er nooit genoeg justitie. Dit is evenwel niet louter kwantitatief (zie hoger nrs. 12-45) op te vatten, maar vooral kwalitatief. De toegang tot justitie kan per definitie niet onbeperkt zijn, maar is steeds gekoppeld aan de vraag of de tussenkomst van justitie wel de meest geschikte weg is of misschien zelfs kan worden vermeden omdat betere alternatieven voorhanden zijn. Dan kan worden ingewerkt op de instroom en uitstroom zelf van justitie door bijvoorbeeld minder rechterlijke uitspraken. Dit in eerste instantie door het debat aan te gaan over de kerntaken van justitie, maar ook door andere aanpassingen binnen deze kerntaken.
  3. Om justitie duurzaam te moderniseren en een kwaliteitsvolle, betaalbare en toegankelijke justitie te waarborgen met minder middelen, zijn op het vlak van de burgerlijke rechtspleging fundamentele hervormingen vereist. De gerechtelijke achterstand maakt de uitdaging op dit vlak nog groter. De negatieve spiraal moet worden doorbroken.Dit plan beoogt de werking van justitie te verbeteren en de procedureregels efficiënter te maken, zonder in te boeten aan kwaliteit. De basisdoelstelling is de garantie van een kwaliteitsvolle rechtspraak binnen een redelijke termijn aan een redelijke kostprijs.Justitie moet inzetten op haar kerntaak en dit is in de eerste plaats de beslechting van rechtsgeschillen op een kwaliteitsvolle manier en binnen een redelijke termijn.
  4. Uit de Justitiebarometer 2014, uitgevoerd in opdracht van de Hoge Raad voor de Justitie, blijkt dat 92 procent van de respondenten vindt dat een rechtszaak te lang duurt. Ook bij de vorige barometers lag dat percentage erg hoog: 92 procent in 2002 en 94 procent in 2007 en 2010. Daarom wordt er prioriteit gegeven aan het inkorten van de gerechtelijke procedures. Conform het regeerakkoord wordt ernaar gestreefd dat in elke aanleg uitspraken worden geveld binnen het jaar na de instelling van de vordering. De ervaring in talrijke andere Europese landen toont aan dat het mogelijk is om deze ambitieuze doelstelling te realiseren. Dit bleek bijvoorbeeld nog uit de “Justice Scoreboard” van de Europese Commissie van 2015.Om deze doelstelling te realiseren worden ingrijpende aanpassingen doorgevoerd in de burgerlijke procedures om deze efficiënter, minder omslachtig en sneller te laten verlopen.
  5. Daarbij staat de kwaliteit van de procedures centraal. De overconsumptie aan procedures maakt het systeem duur en traag. De voorgestelde maatregelen hebben als doel om het aantal procedures te doen dalen. Er wordt bovendien naar gestreefd om geschillen zoveel als mogelijk een definitieve en kwaliteitsvolle beslechting te geven in eerste aanleg. Daartoe worden alle betrokken actoren geresponsabiliseerd. Het instellen van nodeloze en tergende procedures wordt zoveel als mogelijk ontmoedigd. De eerste aanleg wordt geherwaardeerd. Eerste aanleg wordt de centrale procedure die door iedereen ernstig wordt genomen, hoger beroep de uitzondering.In geen geval wordt een partij het recht op een eerlijk proces ontnomen. Belangrijk daarbij is dat men in elk geval de mogelijkheid behoudt om zich daadwerkelijk te verdedigen.
  6. Tegelijk wordt het werk van de magistraten en hun medewerkers zo veel mogelijk gerationaliseerd en vereenvoudigd zonder afbreuk te doen aan de rechten van de rechtsonderhorigen. Justitie moet inzetten op haar kerntaken. Het is belangrijk dat magistraten en griffie- en parketpersoneel de nodige ruimte krijgen om deze kerntaken op een kwaliteitsvolle wijze te vervullen.
  7. Er wordt maximaal ingezet op de aanmoediging van alternatieve wijzen van geschillenoplossing, zoals de bemiddeling, niet alleen om de rechtbanken te ontlasten, maar ook omdat een bemiddelde oplossing de verzoening van de partijen impliceert.
  8. De modernisering van de burgerlijke rechtspleging kan niet los worden gezien van het proces van informatisering. Een aantal maatregelen gaan hand in hand en moeten er toe leiden dat justitie de 21ste eeuw wordt binnengeloodst. De burgerlijke rechtspleging wordt hervormd in het licht van een moderne informaticaomgeving waarin elektronische communicatie centraal staat. Net als het proces van informatisering zal dus ook het proces van modernisering stapsgewijs en parallel daarmee gebeuren.

Kerntakendebat

  1. Justitie zal zich concentreren op haar kerntaken waardoor er ruimte vrijkomt om te besparen en om de kwaliteit en de efficiëntie ervan te verbeteren.(PP IV / regeerakkoord, p. 122-123)Bij wijze van voorbeeld kunnen een aantal activiteiten worden aangehaald die door justitie werden opgenomen die minder of niet tot haar kerntaken behoren. Een geslaagd en dus bestaand voorbeeld van het overdragen van dergelijke taak is het bijhouden van de beslagberichten: voorheen gebeurde dit door de griffie, nu door de Kamer van Gerechtsdeurwaarders in een Centrale Databank van Beslagberichten. Met dat voorbeeld als leidraad wordt, in overleg met alle betrokken actoren, onderzocht welke administratieve taken die de griffies vandaag vervullen, kunnen overgeheveld worden naar overheden die daar beter toe geplaatst zijn. Zo wordt voor de koophandelsgriffie nagegaan of de inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO) niet beter kan gebeuren door de FOD Economie en of de neerlegging van de jaarrekening van kleine en middelgrote vzw’s en stichtingen niet volledig elektronisch kan gebeuren. Voor de arbeidsgriffie wordt dan weer nagegaan of het administratief gedeelte van de collectieve schuldenregeling, kan worden toevertrouwd aan administratieve organen die daartoe beter geplaatst zijn. De administratieve ondersteuning voor de opsporing van de ondernemingen die onder het handelsonderzoek moeten geplaatst worden, kan gebeuren vanuit de Centrale Databank Beslagberichten in plaats van op de griffies.
  2. Op korte termijn worden wijzigingen aangebracht in de burgerlijke rechtspleging die onmiddellijke en verstrekkende gevolgen hebben. Op middellange termijn volgen ingrijpende hervormingen en stapsgewijze informatisering van de burgerlijke rechtspleging.
  3. Hieronder worden de hervormingen van de burgerlijke rechtspleging nader uiteengezet. Daarbij wordt achtereenvolgens ingegaan op de doelstelling van (II.1) minder talrijke procedures, (II.2) meer efficiënte procedures, (II.3) de stimulering van alternatieve oplossingstrajecten en (II.4) betaalbare en toegankelijke procedures.
 

 

II.1. Minder talrijke procedures

(PP I en IV / regeerakkoord, p. 123)

Zowel door te focussen op de kerntaken van justitie (zie hoger, nr. 54) als door middel van een aanpassing van het burgerlijk procesrecht wordt gestreefd naar een vermindering van het aantal procedures. Het burgerlijk procesrecht wordt aangepast om het aantal zaken in hoger beroep te verminderen, procedures uit te sluiten waar er al een uitvoerbare titel is, en minder procedures te realiseren voor vrederechter en familierechtbank.

  1. Het aantal burgerlijke procedures is de voorbije jaren toegenomen waardoor ook de gerechtelijke achterstand niet kan worden weggewerkt of zelfs nog oploopt. Zo bijvoorbeeld steeg het aantal nieuwe zaken bij de vredegerechten van 244.579 in 2000 tot 454.923 in 2013. Dit is voor een deel toe te schrijven aan de aanwending van procedures, met inbegrip van het hoger beroep, om vaak uitsluitend vertragende redenen, zoals uitstel van betaling of van de uitvoering van het vonnis. Ook procedures die overbodig zijn omdat het resultaat ook op een andere manier verkregen kan worden, zijn voor justitie onnodig belastend.
  2. Er zullen daarom maatregelen worden getroffen die de kwalitatieve en volwaardige behandeling van een zaak in eerste aanleg moeten stimuleren en het aanwenden van hoger beroep terug moeten dringen tot de essentie, namelijk een tweede aanleg die slechts bij uitzondering wordt aangewend. Tegelijk wordt de nodeloze belasting van de hoven en rechtbanken ontmoedigd.
a)      Minder hoger beroep

(PP I / regeerakkoord, p. 122-123)

Er worden maatregelen genomen om het hoger beroep te verminderen.

  1. In eerste instantie wordt ernaar gestreefd in zoveel mogelijk zaken de procedure af te ronden in eerste aanleg. Daartoe worden onder meer enkele maatregelen genomen om het aantal zaken in hoger beroep te verminderen.
    Vooreerst wordt ernaar gestreefd de volledige beslechting van het geschil in eerste aanleg op een kwaliteitsvolle manier af te ronden. Daartoe worden de bijkomende vorderingen die pas in hoger beroep worden geformuleerd zoveel als mogelijk uitgesloten.
  2. Verder wordt het uitgesloten om onmiddellijk hoger beroep aan te tekenen tegen een aantal tussenvonnissen, meer bepaald tussenvonnissen over voorlopige maatregelen en onderzoeksmaatregelen, zoals dit nu reeds het geval is voor vonnissen over de bevoegdheid. Vandaag is het nog zo dat tegen die tussenvonnissen onmiddellijk hoger beroep kan worden ingesteld, waardoor de hele zaak wordt onttrokken aan de eerste rechter. Door de uitsluiting van deze mogelijkheid kan het hoger beroep niet meer gebruikt worden om de behandeling van de zaak te vertragen. Bovendien wordt de eerste aanleg geherwaardeerd, in die zin dat de grond van de zaak niet langer voor het eerst in hoger beroep ter sprake komt. Tegelijk zal het bevelen van onderzoeksmaatregelen worden beperkt tot die gevallen waarin en in de mate dat echt nodig is. Dit moet ertoe leiden dat met onderzoeksmaatregelen zuiniger wordt omgesprongen en dus enkel in de mate dit onontbeerlijk is voor de beslechting van het geschil en in verhouding tot de inzet van het geding.
  3. De schorsende werking van het hoger beroep in burgerlijke zaken wordt in beginsel afgeschaft, met uitzondering van een aantal dwingende procedures zoals in familiezaken (bijvoorbeeld echtscheidingen). Het actuele systeem stelt dat het hoger beroep schorsende werking heeft, behoudens indien de eerste rechter anders beslist. Dit systeem wordt omgekeerd in die zin dat, met uitzondering van een aantal limitatief opgesomde zaken, het hoger beroep alleen een schorsende werking heeft indien de rechter dit uitdrukkelijk bepaalt. Op die manier wordt voorkomen dat het hoger beroep uitsluitend wordt aangewend om uitstel van uitvoering of betaling te bekomen. Ook dit moet leiden tot een vermindering van het aantal hogere beroepen waarbij het rechtsmiddel van zijn doel wordt afgewend.
b)      Geen procedure met een uitvoerbare titel

(PP I en IV/ regeerakkoord, p. 122-123)

Er worden maatregelen genomen om procedures uit te sluiten waar er al een uitvoerbare titel is.

  1. Het vermijden van nutteloze procedures is ook een verantwoordelijkheid van de overheden en andere publiekrechtelijke instellingen. De tussenkomst van de rechtbank is overbodig en uitsluitend administratief belastend als de overheid of instelling zichzelf een uitvoerbare titel kan verschaffen zonder tussenkomst van de rechtbank (bijvoorbeeld een dwangbevel). Om die reden zullen overheden en instellingen worden ontmoedigd om in dat geval een procedure voor de rechtbank te starten door hen steeds te laten verwijzen in alle gerechtskosten, zodat er ook nooit een rechtsplegingsvergoeding moet betaald worden door de verweerder, ook al zou die in het ongelijk worden gesteld.
c)       Minder procedures voor vrederechter en familierechtbank

(PP I en IV/ regeerakkoord, p. 122-123)

Er komen minder procedures voor de vrederechter en de familierechtbank door hen van bepaalde taken te ontlasten waarvoor hun tussenkomst niet zinvol is.

  1. Er wordt onderzocht of de tussenkomst van de vrederechter niet kan worden beperkt op het vlak van de statuten van minder- en meerderjarigen. Zo wordt nagegaan of de mogelijkheid tot zuivere aanvaarding van een nalatenschap die toekomt aan een minderjarige niet moet worden ingevoerd naar analogie met het statuut voor meerderjarige wilsonbekwamen en of de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving niet zonder voorafgaande machtiging kan worden georganiseerd.
  2. Verder wordt onderzocht of de tussenkomst van de familierechtbank en de griffie kan worden verminderd waar deze eerder administratief van aard is en dus niet behoort tot de kerntaken van justitie. Te denken valt aan de echtscheiding door onderlinge toestemming waarbij er geen gemeenschappelijke minderjarige kinderen betrokken zijn of waar er reeds vooraf een gehomologeerd akkoord bestaat tussen de echtgenoten met betrekking tot maatregelen die verband houden met de gemeenschappelijke minderjarige kinderen, de toelating voor een stamboomonderzoek, de randmeldingen in de registers van de burgerlijke stand, de aflevering van afschriften uit de registers van de burgerlijke stand, de verwerping en de aanvaarding van nalatenschappen onder voorrecht van boedelbeschrijving, de aanstelling van een notaris-vereffenaar, de verbetering van de akten van de burgerlijke stand na advies van het openbaar ministerie, de homologatie van de akten van bekendheid, enzovoort. Dit kan leiden tot een aanzienlijke werklastvermindering voor de familierechtbank en de griffie.
 

 

II.2. Meer efficiënte procedures

(PP I en IV en afzonderlijk wetsontwerp tot hervorming van de summiere rechtspleging / regeerakkoord, p. 122-123)

Het burgerlijk procesrecht wordt eenvoudiger en rationeler, door een grondige hervorming van de burgerlijke procedure, een aanpassing van de regels rond vormgebreken, een eenvoudiger motivering, een focus op de essentie in geval van verstek, een beperking van de tussenkomst van het openbaar ministerie, een veralgemening van de alleenzetelende rechter, een verregaande informatisering, een hervorming van de procedure voor de onbetwiste schuldvorderingen en de collectieve schuldenregeling, en een aanpassing van de rechtsplegingsvergoeding en de bevoegdheid van de familierechtbank.

a)      Grondige hervorming van de burgerlijke procedure

(PP I en IV / regeerakkoord p. 122-123)

De burgerlijke procedure wordt grondig hervormd door de invoering van een efficiëntere procedure van “ingereedheidbrenging” en door het voorzien in dwingende conclusietermijnen.

  1. De burgerlijke rechtspleging wordt op verschillende punten vereenvoudigd zodat nutteloze formaliteiten maximaal worden vermeden. Procederen is geen doel op zich; er moet worden gefocust op de intrinsieke kwaliteit van de procedure – iemand die gelijk heeft, moet zo eenvoudig, snel en goedkoop mogelijk dat gelijk halen – en niet op formaliteiten en een veelheid aan proceshandelingen. Een vereenvoudiging leidt bovendien tot een werklastvermindering bij de rechters en hun medewerkers.
  2. Er wordt een grondige hervorming van de burgerlijke rechtspleging voorbereid. Deze hervorming zal gepaard gaan met het treffen van maatregelen die een moderne informaticaomgeving moeten creëren. Enerzijds zal de “ingereedheidbrenging” van een zaak, dit is de fase van uitwisseling van conclusies tussen advocaten voorafgaand aan de pleitzitting, aanzienlijk geoptimaliseerd en vereenvoudigd worden. De tussenkomst van de rechter in de administratieve aspecten van deze fase zal zoveel mogelijk worden beperkt. Dit zal de rechter toestaan om meer aandacht te besteden aan bemiddeling en onderhandelingen tussen partijen. Anderzijds zal de behandeling en berechting van een zaak zoveel als mogelijk met informaticatoepassingen worden ondersteund. Om deze hervorming in goede banen te leiden, wordt in een eerste fase een pilootproject opgestart bij de rechtbanken van koophandel. Deze ingrijpende hervorming zal, samen met andere maatregelen, leiden tot een werklastvermindering en een vlottere en efficiëntere behandeling van zaken bij de rechtbanken van koophandel. Na evaluatie en eventuele bijsturing van dit project wordt het uitgebreid naar de andere rechtbanken en hoven.
    In burgerlijke procedures is het vandaag zo dat de partijen zelf conclusietermijnen kunnen afspreken, die vervolgens door de rechter worden bekrachtigd. Een eerste concrete stap om de “ingereedheidbrenging” van de zaak efficiënter te maken, bestaat erin om uit te gaan van een wettelijke, dwingende conclusiekalender die onafhankelijk is van de timing van de pleitzitting, zoals dit vandaag reeds het geval is voor de Raad van State en het Grondwettelijk Hof. In geval van bijzondere omstandigheden eigen aan de zaak zal de rechter deze wettelijke conclusietermijnen kunnen aanpassen. Een en ander leidt tot een snellere behandeling van zaken. Het zorgt ook voor een responsabilisering van de partijen en hun advocaten bij het voorbereiden van de pleitzitting. Het wordt onmogelijk om de behandeling van de zaak te laten aanslepen omwille van omstandigheden die niets te maken hebben met de zaak zelf.
    Naast deze door te voeren, grondige hervorming van de burgerlijke procedure, worden hieronder nog diverse punctuele maatregelen besproken, die bijdragen tot de doelstelling van eenvoudige, rationele en transparante procedures.
b)      Vormgebreken

(PP I / regeerakkoord, p. 122-123)

De regels over de vormgebreken worden aangepast, door nietigheden uit te sluiten wanneer geen schade wordt geleden door de vormfout en door procedurele betwistingen vroeg in de procedure af te handelen.

  1. De gevallen waarin het Gerechtelijk Wetboek toestaat over vormgebreken heen te stappen worden met het oog op een verdere vereenvoudiging en vermindering van het aantal betwistingen verruimd, voor zover daardoor geen belangen worden geschaad. Een vormvoorschrift is immers geen doel op zich; het moet de belangen van een partij beschermen. Daarmee zal op de reeds ingeslagen weg verder worden gegaan. Zo bepaalt het in 2007 aangepaste artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek reeds dat de niet-naleving van vormvoorschriften niet tot nietigheid kan leiden indien het doel van die regels niettemin is bereikt. In de toekomst wordt de gewone, algemene regel toegepast dat het beweerde slachtoffer van een vormgebrek moet aantonen dat zijn belangen werden geschaad. Bovendien zal dit zoveel mogelijk in het begin van het proces moeten gebeuren, zodat procedurele betwistingen snel kunnen worden afgehandeld.
c)       Eenvoudiger motivering

(PP I / regeerakkoord, p. 122-123)

De rechterlijke motivering wordt eenvoudiger dankzij nieuwe regels over de conclusies.

  1. De motiveringsplicht van de rechter wordt gepreciseerd en vereenvoudigd door het instellen van een vaste structuur voor de conclusies, maar zonder dat wordt gewerkt met een modelformulier. Deze vaste structuur zal het de rechter gemakkelijker maken om volgens dezelfde structuur op de ingeroepen middelen te antwoorden. Tegelijk wordt ook de lijst met uitzonderingen op de opstelling van syntheseconclusies vervolledigd. Het betreft in het bijzonder de gevallen waarin buiten de conclusiekalender conclusies mogen genomen worden.
d)      Verstekvonnis

(PP I / regeerakkoord, p. 122-123)

De taak van de rechter in geval van verstek wordt beperkt tot een marginale toetsing. Daarnaast vervalt de regel van verval binnen het jaar van een verstekvonnis.

  1. De opdracht van de rechter in geval van verstek, van de eiser zowel als van de verweerder, zal uitdrukkelijk beperkt worden tot een marginale toetsing, in die zin dat de aanspraken van de verschijnende partij slechts worden verworpen in geval van kennelijke ongegrondheid of strijdigheid met de openbare orde. Het is het verzet dat de verweerder, die te goeder trouw is, moet toestaan de zaak aan een grondige beoordeling van de rechter te onderwerpen. Uiteraard behouden het verzet en, bij veroordelingen tot betaling van een geldsom ook de verzetstermijn hun schorsende werking.
  2. Vandaag bestaat de regel dat een verstekvonnis dat niet binnen het jaar werd betekend, vervalt. Deze nutteloze sanctie wordt afgeschaft. De bedoeling van deze sanctie is de partij die verstek laat te beschermen tegen verrassingen. In de praktijk leidt deze sanctie er evenwel toe dat de eiser die opnieuw over een uitvoerbare titel wil beschikken gewoon een nieuwe procedure opstart, wat niets bijbrengt en alleen maar overbodige moeilijkheden veroorzaakt. Deze sanctie is dan weer niet van toepassing indien een vonnis wordt gewezen dat geacht wordt op tegenspraak te zijn.
e)      Beperking van de tussenkomst van het openbaar ministerie

(PP I / regeerakkoord, p. 122-123)

De tussenkomst van het openbaar ministerie in burgerlijke zaken wordt facultatief.

  1. De burgerlijke rechtspleging wordt verder gerationaliseerd door overbodige tussenkomsten van het openbaar ministerie zoveel als mogelijk te vermijden. Het advies van het openbaar ministerie in de burgerrechtelijke materies, wordt in de meeste gevallen facultatief. Het openbaar ministerie krijgt nog steeds mededeling van al de opgesomde zaken en kan in alle andere zaken ook nog door het hof of de rechtbank om advies worden gevraagd, maar het openbaar ministerie geeft slechts advies als het dat dienstig acht. De systematische tussenkomst van het openbaar ministerie in alle zaken is niet langer verantwoord en kan beter worden overgelaten aan een beoordeling per zaak of voor sommige subcategorieën. Het openbaar ministerie is immers zelf best in staat om te beslissen in welke (sub)categorieën van zaken of concrete zaken zijn advies een nuttige rol kan spelen. Bovendien kan het College van procureurs-generaal dwingende richtlijnen uitvaardigen met betrekking tot de adviesverlening in burgerlijke en handelszaken. Doordat het openbaar ministerie en de rechter selectief kunnen uitmaken in welke zaken er wel of niet advies wordt uitgebracht, worden er belangrijke efficiëntiewinsten geboekt. Ten slotte zal het parket ook zelf beslissen of het mondeling dan wel schriftelijk advies verleent. Ook dit kan efficiëntiewinsten met zich meebrengen.
f)       Veralgemening van de alleenzetelende rechter

(PP I / regeerakkoord, p. 122-123)

De rechtspraak door de alleenzetelende rechter wordt veralgemeend.

  1. De collegiale kamers, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, blijven enkel nog behouden waar dit absoluut onontbeerlijk is. Daarom wordt het systeem van de alleenzetelende rechter veralgemeend en de collegiale kamers beperkt tot de gevallen waarin dat in omstandigheden van overbelasting van de rechters nog strikt noodzakelijk is. Dit is wanneer lekenrechters worden ingezet (arbeidsrechtbank, arbeidshof, rechtbank van koophandel en strafuitvoeringsrechtbank) of, wegens de te handhaven waarborgen voor strafverzwaring van de veroordeelde, in geval van hoger beroep van het openbaar ministerie in strafzaken. De (eerste) voorzitter behoudt ook de mogelijkheid een strafzaak ambtshalve aan een kamer met drie rechters toe te wijzen.
g)      Beperken van de communicatiekosten dankzij verdergaande informatisering

(PP I / regeerakkoord, p. 124-125)

De communicatiekosten binnen justitie worden beperkt dankzij een verdergaande informatisering.

  1. De communicatiekosten in de juridische wereld zijn hoog voor alle actoren. Niet alleen de portkosten, maar ook alle indirecte kosten, zoals de print- en papierkosten, en zeker de kosten voor de behandeling van de zaak. De juridische wereld maakt veel moeilijker de overstap naar de digitale communicatie omdat, anders dan in andere omgevingen, de communicatie zeer sterk gebonden is door de juridische zekerheid (integriteit van de boodschap, termijnen en start- en einddata van termijnen, identificatie van de verzender en ontvanger, vertrouwelijkheid van de boodschap, enzovoort). Twee elementen zijn noodzakelijk om de overstap naar de elektronische communicatie mogelijk te maken. Enerzijds is een wettelijke basis nodig die de communicatie tussen de juridische instellingen en de juridische beroepen mogelijk maakt. De invoering van de wettelijke woonstkeuze van de rechtsonderhorige bij zijn advocaat heeft daarbij nog een aanzienlijk hefboomeffect. Anderzijds wordt een informaticasysteem ontwikkeld (e-Box voor de juridische wereld: zie nr. 286) dat de garanties biedt, nodig voor de juridische zekerheid. In deze elektronische omgeving heeft elke verzending automatisch de juridische waarde van een aangetekende zending.
h)      Onbetwiste schuldvorderingen

(PP I en afzonderlijk wetsontwerp tot hervorming van de summiere  rechtspleging / regeerakkoord, p. 141)

De invordering van onbetwiste schuldvorderingen wordt efficiënter gemaakt.

  1. Mede tot uitvoering van de Europese richtlijn over de betalingsachterstand in handelstransacties, wordt de summiere rechtspleging om betaling te bevelen aangepast, met het oog op een snellere en meer efficiënte inning van niet-betwiste schulden. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de schuldvorderingen ten aanzien van professionelen en schuldvorderingen ten aanzien van andere schuldenaars, in het bijzonder consumenten. In het licht van het Europees betalingsbevel is het van belang dat de concurrentiepositie van de Belgische ondernemingen binnen België niet verslechtert. Omgekeerd mogen de rechten van de zwakke consument niet worden beperkt. Daarom wordt een nieuwe procedure ingevoerd voor de invordering van niet-betwiste schuldvorderingen van schuldenaars die bedrijfsmatig actief zijn. In de mate dat de schuldvordering niet betwist wordt, zal deze procedure zonder tussenkomst van de rechter plaatsvinden. In deze nieuwe procedure, zal de gerechtsdeurwaarder een uitvoerbare titel kunnen afleveren na machtiging, langs elektronische weg, door een centrale autoriteit. Hierdoor zal de invordering van niet-betwiste schuldvorderingen sneller en goedkoper verlopen, ook voor de schuldenaar. Daarenboven geeft de procedure alle ruimte aan een minnelijke regeling tussen partijen, al dan niet door bemiddeling van de gerechtsdeurwaarder.
  2. Voor het overige wordt bevestigd dat de procedure van de korte debatten, die toepasselijk is op de invordering van niet betwiste schuldvorderingen, ook kan worden toegepast in de gevallen bedoeld in de Europese richtlijn over de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties en in de Europese verordening over het Europese betalingsbevel.
i)        Collectieve schuldenregeling

(PP IV en afzonderlijk wetsontwerp tot hervorming van de collectieve schuldenregeling / regeerakkoord, p. 141)

De procedure van de collectieve schuldenregeling wordt hervormd om deze efficiënter en maatschappelijk relevanter te maken.

  1. De procedure van de collectieve schuldenregeling veroorzaakt vandaag een grote administratieve belasting van de griffies en brengt aanzienlijke administratieve kosten met zich mee. De procedure zal daarom worden herzien zodat het beheer van dossiers inzake collectieve schuldenregeling via een elektronisch platform, eigen aan de collectieve schuldenregeling kan verlopen. Aan de balieverenigingen zal de opdracht worden gegeven dit platform op te zetten en te beheren. Door deze aanpak zal de werklast in de griffies van de arbeidsrechtbank dalen, omdat ze niet meer als secretariaat voor het beheer van deze dossiers zullen functioneren. De bureaus voor rechtsbijstand (en/of de OCMW’s) zullen fungeren als aanvraagloket naast de mogelijkheid voor advocaten om een dossier op te starten.
  2. Ook het toepassingsgebied en de maatschappelijke effectiviteit van de collectieve schuldenregeling zullen worden geëvalueerd. Zo wordt onderzocht of een gefailleerde in bepaalde omstandigheden een beroep kan doen op de procedure van de collectieve schuldenregeling, conform de wens in het regeerakkoord om werk te maken van een beleid rond het geven van een tweede kans aan gefailleerde ondernemers. Een aantal taken binnen de collectieve schuldenregeling kunnen nog door actoren worden opgenomen.
j)        Rechtsplegingsvergoeding

(PP IV / regeerakkoord, p. 127)

De regels rond de rechtsplegingsvergoeding zullen aan een nieuw onderzoek worden onderworpen .

  1. Naast de inwerkingtreding van de wet van 21 februari 2010 tot wijziging van de artikelen 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en 162bis van het Wetboek van strafvordering in het licht van de reeds bekende rechtspraak van het Grondwettelijk Hof over de rechtsplegingsvergoeding zal worden nagegaan of de regeling op dat stuk niet moet worden bijgestuurd en vereenvoudigd, maar het verdient aanbeveling daarmee te wachten tot wanneer het Hof uitspraak zal hebben gedaan over de (talrijke) zaken die daarover nog hangende zijn.
k)      Bevoegdheid familierechtbank

(PP IV / regeerakkoord, p. 122-123)

De bevoegdheid van de familierechtbank wordt gerationaliseerd.

  1. De bevoegdheidsoverdrachten die gebeurden bij de wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank worden geëvalueerd en verduidelijkt in het licht van de geest van de wet. Zo wordt gepreciseerd dat de familierechtbank bevoegd is in het kader van nationaliteitsgeschillen en wordt de aanstelling van de sekwester in functie van de materie verfijnd zodat de natuurlijke rechter bevoegd wordt. De volledige overheveling van de bevoegdheid tot aanstelling van een sekwester leidt tot onduidelijkheden inzake de vraag of de beslagrechter in het kader van een procedure van bewarend beslag nog een sekwester kan aanstellen. In dat soort procedures is een snel optreden wenselijk.
 

 

II.3. Stimulering van alternatieve oplossingstrajecten

(PP IV / regeerakkoord, p. 123)

Er worden diverse maatregelen genomen om alternatieve vormen van geschillenoplossing te stimuleren.

  1. Er worden maatregelen getroffen om alternatieve wijzen van geschillenoplossing, zoals bemiddeling, een gelijkwaardige plaats te geven in het gerechtelijk recht. Dit is nuttig met het oog op de ontlasting van de rechtbanken en het op maat maken van het oplossingstraject voor het geschil, maar ook omdat een bemiddelde oplossing, waarbij de partijen verzoend worden, meer gedragen wordt dan een opgelegde beslechting van het geschil. Zoals alle andere maatregelen, beogen ook deze maatregelen een kwalitatieve oplossing van het geschil te bespoedigen en de tussenkomst van de hoven en rechtbanken maximaal te vermijden.
    Er worden op korte termijn een aantal concrete ingrepen op wetgevend vlak onderzocht – bijvoorbeeld het optrekken van de “aanvankelijke maximumduur” van de gerechtelijke bemiddeling van drie naar zes maanden – die er toe moeten leiden dat bemiddeling nog beter bekend wordt, de keuze voor bemiddeling wordt gestimuleerd in elke stand van het geding en de bemiddeling partijen financieel niet sanctioneert, maar juist stimuleert.
  2. Vandaag bestaan er heel wat uiteenlopende initiatieven inzake bemiddeling bij de verschillende hoven en rechtbanken. Deze praktijken worden in kaart gebracht met als doel om deze te stroomlijnen en goede praktijken verder te ontwikkelen in alle hoven en rechtbanken.
    De rol van de federale bemiddelingscommissie wordt versterkt waardoor zij bemiddeling kan promoten, opvolgen en verder ontwikkelen op nationaal niveau.
    Het systeem en de praktijk van schikkingen worden geëvalueerd met het oog op een betere informatieverstrekking naar de partijen en een implementatie van de goede praktijken in alle hoven en rechtbanken. Het systeem van minnelijke schikkingen is belangrijk omdat op die manier langdurige en dure rechtsgedingen kunnen worden voorkomen.
 

 

II.4. Betaalbare en toegankelijke procedures

(Afzonderlijk wetsontwerp / regeerakkoord, p. 127-129)

Een grondige hervorming van de juridische tweedelijnsbijstand moet ervoor zorgen dat het systeem betaalbaar blijft en dat de toegang tot de justitie gegarandeerd blijft voor de mistbeelden. Daarnaast wordt ook de rechtsbijstandsverzekering aantrekkelijker gemaakt.

  1. Dat er wordt gestreefd naar minder talrijke en meer efficiënte procedures verhindert niet dat ook de betaalbaarheid van procedures en de toegankelijkheid ervan, in het bijzonder voor de minstbedeelden, essentieel is.
    Daartoe wordt vooreerst het systeem van juridische tweedelijnsbijstand hervormd. De basisbeginselen die daarbij centraal staan zijn in het bijzonder:
  • Een gelijke toegang tot justitie;
  • Het tegengaan van overconsumptie en instrumentalisering van de procedures;
  • Gerechtelijke procedures als ultimum remedium; bevoordeling van minnelijke oplossingen;
  • Duurzaamheid van het systeem van tweedelijnsbijstand om te verzekeren dat de minstbedeelden toegang hebben tot justitie;
  • Duurzame herfinanciering van het systeem met oog op vergoeding van de advocaten, de beheersing van de overheidsuitgaven en het behoud van de dienst voor de rechtsonderhorige;
  • Een budgettaire gesloten enveloppe;
  • Hogere efficiëntie en controles;
  • Responsabilisering van de actoren;
  • Hervorming uitvoeren in overleg met de balies en de betrokken actoren.
  1. Overeenkomstig het regeerakkoord zal de hervorming in het bijzonder de volgende concrete maatregelen omvatten:
  • Een strenger toezicht op zowel gebruikers van de tweedelijnsbijstand als de pro deo-advocaten;
  • Afschaffing van het onweerlegbaar vermoeden van behoeftigheid (met uitzondering van dringende procedures);
  • Het in rekening brengen van alle inkomsten voor de erkenning van het recht op tweedelijnsbijstand;
  • De verbeterde terugvordering van onverschuldigd betaalde rechtsbijstand;
  • De herziening van de sanctieprocedure bij misbruik door advocaten;
  • Herdenking van de rol van de Bureaus voor Juridische Rechtsbijstand met betrekking tot de rechtsingang;
  • Een verplicht aantal pro deo-dossiers voor advocaat-stagiairs;
  • Invoering van een remgeld;
  • Herziening van de nomenclatuur; toekenning duidelijke en eerlijke vergoeding aan advocaten, binnen redelijke termijn;
  • Afstemming van de voorwaarden om te genieten van de juridische tweedelijnsbijstand op de voorwaarden van kosteloze rechtspleging;
  • Oprichting van een fonds voor de tweedelijnsbijstand.
  1. In uitvoering van de bovenstaande doelstellingen wordt aan de balieverenigingen de wettelijke opdracht gegeven om een elektronisch platform te ontwikkelen voor het beheer en de controle van de juridische tweedelijnsbijstand.
  2. Daarnaast zal de rechtsbijstandsverzekering worden gepromoot, met het oog op het verzekeren van de betaalbare toegang tot justitie voor zij die niet kunnen genieten van het systeem van juridische tweedelijnsbijstand. Er wordt, in overleg met de verzekeringssector en de advocatuur, verder onderzocht hoe het aanbod kan worden verruimd (bijvoorbeeld naar het echtscheidings- en penaal risico) en de polis aantrekkelijker kan worden. Zo bijvoorbeeld zou het nuttig zijn als particulieren bij belangrijke stappen in hun leven (bijvoorbeeld huwelijk, samenwoning, aankoop woning, enzovoort) geïnformeerd worden over de mogelijkheid en het belang van een rechtsbijstandsverzekering.
    Een verplichte rechtsbijstandverzekering en een nieuwe fiscale aftrek zijn niet vermeld in het regeerakkoord, maar zijn denkpistes die niet a priori moeten worden uitgesloten en aandacht verdienen.

 

De in dit hoofdstuk geformuleerde hervormingen maken het mogelijk om minder “eenheden” te produceren: door te focussen op de kerntaken van justitie en door een hervorming van het burgerlijk procesrecht waarbij de nadruk wordt gelegd op een kwalitatieve eerste aanleg, wordt ernaar gestreefd het aantal rechterlijke beslissingen te beperken. Het stimuleren van alternatieve oplossingstrajecten kan dit ondersteunen. Daarnaast worden ook maatregelen genomen om de kost per procedure te beperken door te streven naar meer efficiënte procedures.

Deze besparende maatregelen maken justitie goedkoper, zonder de kwaliteit te verminderen, integendeel. Er wordt ook op toegezien dat de toegang tot justitie gegarandeerd blijft, door een hervorming van de tweedelijnsbijstand en het aantrekkelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering.